Toen de keizers van de Nguyen-dynastie zich na de 2e Wereldoorlog wat ongemakkelijk gingen voelen onder de toenemende kracht van de volgelingen van Ho Chi Minh in het noorden van Vietnam, verplaatsten zij hun hoofdstad naar het zuiden, naar Saigon. In 1975 werd deze grootste stad van het land door het Noord-Vietnamese leger ingenomen en werd het land herenigd. Hanoi werd de nieuwe hoofdstad en de naam van Saigon werd herdoopt in Ho Chi Minh-Stad. Het is tegenwoordig een drukke, tamelijk chaotische en kosmopolitische stad. Dat zij altijd een ontmoetingsplaats van culturen is geweest blijkt uit de talrijke tempels, kerken, moskeeën, het bedrijvige Chinatown, de oosterse markten en het oude koloniale Franse centrum met de brede boulevards. In de omgeving zijn talrijke excursiemogelijkheden, zoals een bezoek aan de indrukwekkende tunnels van Cu Chi, waar de bevolking al in 1948 wapenvoorraden voor de Fransen verborg. In de jaren zestig van de vorige eeuw, tijdens de oorlog met de Amerikanen, werden de tunnels verder uitgebreid.